Fiscaliteit PHEV’s: wat zelfstandigen nog kunnen aftrekken… en hoelang nog

Om zelfstandigen een meer gespreide overgangsoplossing te bieden, heeft de wetgever recent een specifiek fiscaal regime goedgekeurd rond plug-inhybrides (PHEV’s) voor personen die onderworpen zijn aan de personenbelasting (PB). Niet eenvoudig om het overzicht te bewaren? Van Mossel Westlease zet alles helder voor u op een rij.

Gepubliceerd op
Laatst bijgewerkt op

Het nieuwe kader steunt op drie bepalende parameters: de besteldatum van het voertuig, de homologatienorm en de CO₂-uitstoot. De combinatie daarvan bepaalt rechtstreeks het niveau én de duur van de fiscale aftrekbaarheid.Let wel: ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, vallen niet onder dit regime en blijven volledig onderworpen aan het degressieve fiscale systeem dat werd ingevoerd in het kader van de ‘vergroening’ van de autofiscaliteit.

PHEV’s zonder Euro 6e-bis-homologatie: een overgangsregime onder voorwaarden

Niet alle PHEV’s die vandaag in omloop zijn, zijn al gehomologeerd volgens de Euro 6e-bis-norm. Die wordt verplicht voor elke nieuwe inschrijving vanaf 1 januari 2026. Deze voertuigen vallen dus nog onder Euro 6e of zelfs oudere normen.

Binnen dit kader blijft de fiscaliteit een cruciaal onderscheid maken tussen:

  • de ‘echte’ PHEV’s, met een uitstoot tot maximaal 50 g CO₂/km;

  • modellen boven die drempel, die fiscaal als ‘valse hybrides’ worden beschouwd en aan een aanzienlijk minder gunstig regime onderworpen zijn.

Dit onderscheid blijft doorheen het hele systeem bepalend.

Bestellingen vóór 1 juli 2023: een volledig beschermd regime

Voor zelfstandigen die een PHEV bestelden vóór 1 juli 2023 blijft het fiscale kader ongewijzigd. De wetgever heeft deze situaties bewust gevrijwaard om de rechtszekerheid te beschermen.

Concreet:

  • de wagen en alle bijhorende kosten blijven aftrekbaar tussen 95% en 100%;

  • de aftrekbaarheid wordt berekend volgens de formule120% – (0,5% × CO₂ × brandstofcoëfficiënt);

  • dit regime geldt zonder tijdslimiet, zolang het voertuig bij dezelfde eigenaar blijft.

Een belangrijke nuance geldt voor bestellingen tussen 1 januari en 30 juni 2023:

  • de wagen en elektriciteit blijven aftrekbaar tussen 95% en 100%;

  • fossiele brandstof wordt beperkt tot 50% aftrekbaarheid.

Bestellingen tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025: een evoluerende fiscaliteit

Voor PHEV’s besteld vanaf 1 juli 2023 wordt het regime stapsgewijs strenger.

Tot eind 2024 blijft de fiscaliteit relatief gunstig:

  • wagen en elektriciteit aftrekbaar tussen 95% en 100%;

  • fossiele brandstof beperkt tot 50%.

In 2025 volgt een eerste verstrenging:

  • aftrekbaarheid van wagen en elektriciteit daalt naar 75%;

  • fossiele brandstof blijft beperkt tot 50%.

Vanaf 2026 wijzigt de logica:

  • de aftrekbaarheid van wagen en elektriciteit stijgt opnieuw naar 95% tot 100%;

  • fossiele brandstof wordt geleidelijk uitgefaseerd:

Daarbij moet worden benadrukt dat vanaf 1 januari 2026 geen enkele nieuwe PHEV nog kan worden ingeschreven zonder Euro 6e-bis-homologatie, wat de praktische draagwijdte van dit regime voor niet-conforme modellen sterk beperkt.

Vanaf 2026: de overstap naar Euro 6e-bis

Vanaf 2026 wordt elke PHEV zonder Euro 6e-bis-homologatie die besteld wordt, fiscaal gelijkgesteld met een tweedehandsvoertuig. Nieuwe modellen moeten verplicht aan de nieuwe norm voldoen.

Er verandert ook iets fundamenteels in de berekening van de aftrekbaarheid:

  • de brandstofcoëfficiënt verdwijnt;

  • de formule wordt 120% – (0,5% × CO₂).

Wanneer het voertuig maximaal 50 g CO₂/km uitstoot, valt het onder het regime voor Euro 6e-bis-PHEV’s (zie verder).

PHEV’s met Euro 6e-bis-homologatie: een meer gedifferentieerd regime

De Euro 6e-bis-norm geldt sinds 1 januari 2025 voor nieuwe types PHEV’s en wordt verplicht voor alle nieuwe inschrijvingen vanaf 2026. In het licht van realistischere emissietests wordt de drempel voor een ‘echte’ PHEV verhoogd naar 75 g CO₂/km, met retroactieve werking vanaf 1 januari 2025.

Voor een Euro 6e-bis-PHEV besteld in 2025:

  • wagen en elektriciteit zijn aftrekbaar aan 75%;

  • fossiele brandstof blijft beperkt tot 50%.

Vanaf 2026 hangt de aftrekbaarheid rechtstreeks af van de uitstoot:

  • tot 50 g CO₂/km

  • tussen 51 en 75 g CO₂/km

Een geplande afbouw tot 2030

Vanaf 2027 beginnen de aftrekpercentages voor zowel de wagen als de elektriciteit geleidelijk te dalen. Die afbouw zet zich verder in 2028 en 2029, met gedifferentieerde tarieven naargelang de uitstoot.

In 2030 verandert het regime fundamenteel:

  • geen enkele aftrek meer voor de PHEV zelf;

  • enkel de elektriciteitskosten blijven aftrekbaar, volgens het regime voor zero-emissievoertuigen:

‘Valse hybrides’: een complex en nadelig regime

Het regime voor ‘valse hybrides’ blijft een van de meest technische onderdelen van de regelgeving. Vóór Euro 6e-bis werd een PHEV als ‘vals’ beschouwd wanneer hij:

  • meer dan 50 g CO₂/km uitstootte,

  • of een energieratio had van minder dan 0,5 kWh/100 kg.

Met Euro 6e-bis wordt de CO₂-drempel verhoogd naar 75 g/km, zonder dat dit het ongunstige fiscale regime voor deze voertuigen wijzigt. De aftrekbaarheid wordt berekend via de formule zonder brandstofcoëfficiënt en, bij gebrek aan een equivalent thermisch model, met een vermenigvuldiging van de CO₂-waarde met 2,5 zoals vermeld op het gelijkvormigheidsattest.

Afhankelijk van de besteldatum:

  • varieert de aftrekbaarheid van de wagen sterk (0% tot 75%);

  • blijft de aftrekbaarheid van elektriciteit tijdelijk gunstiger;

  • wordt de aftrekbaarheid van fossiele brandstof volledig uitgesloten vanaf 2026.

Tegen 2030 vallen ook valse hybrides onder dezelfde logica als andere PHEV’s: geen aftrek meer voor het voertuig, enkel elektriciteit behoudt een beperkt fiscaal voordeel.

👉Klik hier voor een overzichtelijke tabel met een overzicht van de fiscale regels die u als zelfstandige mag verwachten.Voor bijkomende informatie of persoonlijk advies kunt u steeds terecht bij de experts van Van Mossel Westlease.