10 grote veranderingen voor bedrijfswagens in 2026
2026 brengt heel wat veranderingen met zich mee. Naast de gebruikelijke aanpassingen door indexeringen (VAA, CO₂-bijdrage) vormt 2026 een belangrijk scharnierjaar op het vlak van fiscale aftrekbaarheid. Daarnaast zijn er ook enkele “verrassingen” (waar we vaak liever zonder zouden). Dit zijn de 10 belangrijkste veranderingen voor bedrijfswagens in 2026.
- Gepubliceerd op
1. Voordeel van alle aard (VAA): een (lichte) stijging
In 2026 blijft de berekeningsformule van het voordeel van alle aard ongewijzigd. Ze blijft afhankelijk van de cataloguswaarde van het voertuig, de leeftijd en de CO₂-uitstoot.
De CO₂-referentiewaarden worden echter opnieuw verlaagd: 70 g voor benzine-, LPG- en aardgaswagens, en 58 g voor dieselwagens. Gevolg: voor de meeste thermische voertuigen stijgt het VAA.
Voertuigen zonder uitstoot blijven onderworpen aan het minimale CO₂-percentage en genieten zo van het gunstigste fiscale regime.
Daarnaast wordt het jaarlijkse minimumbedrag van het VAA in 2026 verhoogd tot 1.690 euro, ongeacht de aandrijving.
Tot slot wordt ook het deel van het VAA dat betrekking heeft op woon-werkverkeer en kan worden vrijgesteld voor werknemers, geïndexeerd tot 500 euro.
2. Solidariteitsbijdrage (CO₂-bijdrage) ook omhoog
De CO₂-solidariteitsbijdrage die maandelijks door de werkgever wordt betaald, stijgt in 2026 vrij sterk, vooral voor bedrijfswagens die vanaf 1 juli 2023 werden besteld. Dat is het gevolg van twee factoren: de jaarlijkse indexatie en de verhoging van de vermenigvuldigingsfactor voor voertuigen met uitstoot. Thermische wagens en plug-inhybrides worden dus aanzienlijk duurder voor de werkgever.
Voor elektrische en waterstofvoertuigen blijft de minimumbijdrage gelden (eveneens geïndexeerd en vermenigvuldigd naargelang het bestelmoment).
3. Fiscale aftrekbaarheid: een grondige omwenteling
Vanaf 1 januari 2026 genieten thermische wagens en plug-inhybrides (PHEV) die door een vennootschap worden besteld, niet langer van enige fiscale aftrekbaarheid. Dat geldt ook voor alle bijhorende kosten: leasing, brandstof, onderhoud en herstellingen, verzekeringen, enzovoort.
Alleen PHEV’s die vóór 31 december 2025 werden besteld, vallen nog onder een overgangsregeling:
50% aftrekbaarheid in 2026
25% in 2027
0% in 2028
Volledig elektrische en waterstofwagens blijven in 2026 nog 100% aftrekbaar, maar dat is het laatste jaar van volledige aftrekbaarheid. Vanaf 2027 wordt die geleidelijk afgebouwd.
4. Thuisladen: aanpassing van de forfaits
In 2026 blijven de regels voor de terugbetaling van elektriciteit voor thuisladen ongewijzigd. Enkel de toegelaten forfaitaire bedragen worden per kwartaal aangepast.
Voor het eerste kwartaal van 2026 worden deze forfaits verhoogd om beter aan te sluiten bij de reële elektriciteitskosten. Deze herziening maakt het voor werkgevers eenvoudiger om kosten terug te betalen zonder bijkomende fiscaliteit voor de werknemer, en vereenvoudigt tegelijk de administratie.
Hieronder de bedragen (in eurocent/kWh), vastgesteld door de CREG:
Periode | Vlaanderen | Brussel | Wallonië |
Q1/2026 | 31,32 | 34,26 | 35,23 |
Q4/2025 | 30,70 | 33,56 | 34,57 |
Q3/2025 | 34,56 | 37,87 | 38,43 |
Q2/2025 | 31,94 | 35,85 | 36,18 |
Q1/2025 | 28,22 | 32,94 | 32,56 |
5. PHEV en zelfstandigen: de uitzondering
Zelfstandigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting (PB) krijgen voor PHEV’s een soort moratorium, onder strikte voorwaarden, onder meer inzake CO₂-uitstoot en effectief professioneel gebruik.
In grote lijnen werkt het als volgt.
Voor een Euro 6e-bis PHEV besteld in 2025:
de wagen en de elektriciteit zijn 75 % aftrekbaar;
fossiele brandstof blijft beperkt tot 50 %.
Vanaf 2026 hangt de aftrekbaarheid rechtstreeks af van de uitstoot:
tot 50 g CO₂/km blijft de wagen 95 tot 100 % aftrekbaar, elektriciteit 100 %, terwijl brandstof niet langer aftrekbaar is;
tussen 51 en 75 g CO₂/km is de aftrekbaarheid van de wagen beperkt tot 75 %, elektriciteit blijft volledig aftrekbaar, zonder voordeel voor brandstof.
Boven 75 g CO₂/km wordt het voertuig beschouwd als een “valse hybride”, met een veel minder gunstig fiscaal regime.
De aftrekbaarheid daalt verder tot 2029 voor PHEV’s en tot 2031 voor hun elektriciteitsverbruik.
Dit regime is niet van toepassing op vennootschappen of bedrijfsleiders die handelen via een rechtspersoon.
6. Minder uitzonderingen voor vzw’s
Vanaf 2026 verliezen vzw’s en andere niet-commerciële organisaties bepaalde fiscale voordelen voor hun voertuigen.
Voertuigen met een thermische motor (benzine of diesel) of een plug-inhybride aandrijving, aangekocht of geleased vanaf 1 januari 2026, worden volledig belast.
Voor voertuigen zonder uitstoot (elektrisch of waterstof) geldt een geleidelijke belasting:
5% van de belastbare kosten voor aankopen in 2027
10% in 2028
17,5% in 2029
25% in 2030
32,5% vanaf 2031
Voertuigen zonder uitstoot die vóór 31 december 2026 werden aangekocht, blijven in principe vrijgesteld.
Het toepasselijke belastingtarief op deze nieuwe belastbare kosten bedraagt 25 %. Dat betekent dat een kwart van het in de belastbare basis opgenomen bedrag verschuldigd is als belasting.
7. Regionale fiscaliteit: einde van de vrijstellingen in Vlaanderen
In Vlaanderen zijn de fiscale vrijstellingen voor elektrische en waterstofwagens sinds 1 januari 2026 afgeschaft.
Dit betreft:
de belasting op inverkeerstelling (61,50 euro, niet geïndexeerd);
de jaarlijkse verkeersbelasting (102,96 euro, jaarlijks geïndexeerd).
Deze wijziging heeft geen impact op de federale fiscaliteit. Wie kiest voor een operationele leasingoplossing bij Van Mossel Westlease kan de impact van deze kosten quasi neutraliseren voor het wagenpark.
8. Milieubijdrage op geëlektrificeerde voertuigen
Sinds 1 januari 2026 werd een specifieke milieubijdrage ingevoerd voor bepaalde geëlektrificeerde voertuigen, waaronder elektrische auto’s en fietsen, evenals PHEV’s.
Afhankelijk van het gewicht en de chemische samenstelling van de batterij kan deze bijdrage oplopen tot 100 euro. Ze is éénmalig verschuldigd bij de aankoop van het voertuig.
9. Lage-emissiezones (LEZ): afhankelijk van waar je rijdt
In België volgen lage-emissiezones voortaan verschillende trajecten per gewest.
Brussel: vanaf 1 januari 2026 worden diesel Euro 5 en benzine Euro 2 geweerd op het volledige grondgebied van het gewest. Deze beslissing, bevestigd door het Grondwettelijk Hof, treft ongeveer 400.000 voertuigen. Er geldt een overgangsperiode tot maart, waarna boetes tot 350 euro kunnen volgen.
Vlaanderen: in Antwerpen en Gent wordt de geplande verstrenging in 2026 geschrapt. De huidige regels blijven van kracht en diesel Euro 5 blijft toegelaten. De Raad van State wees op de milieu- en gezondheidsrisico’s, maar voorlopig is er geen nieuw tijdschema.
Wallonië: voorlopig zijn er geen lage-emissiezones.
10. Mobiliteitsbudget: geïndexeerde bedragen
Sinds 1 januari 2022 moet het mobiliteitsbudget voor een werknemer tussen 3.000 euro minimum en een vijfde van het totale brutoloon liggen, met een absoluut maximum van 16.000 euro per jaar.
Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2026 stijgt het minimum tot 3.233 euro en het maximum tot 17.244 euro, waarden die in rekening moeten worden gebracht bij het vaststellen of aanpassen van het mobiliteitsbudget.
De naleving van de minimum- en maximumgrenzen moet worden gecontroleerd:
bij de toekenning van het budget,
bij een functiewijziging of promotie,
op 1 januari van elk jaar om rekening te houden met de indexatie.
Opmerking: de verplichting om een mobiliteitsbudget aan te bieden wordt uitgesteld tot 2027, met uitzonderingen voor bepaalde ondernemingen. Van Mossel Westlease zal zeer binnenkort specifiek en gedetailleerd terugkomen op dit mobiliteitsbudget.
Neem contact op met onze experts voor een vrijblijvend gesprek